ECLI:NL:RVS:2016:1828
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onjuistheid rechtmatig verblijf vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie vaardigde op 19 februari 2015 een inreisverbod uit tegen de vreemdeling, die sinds 1977 in Nederland verblijft. De vreemdeling beschikte sinds 1993 over een vergunning tot vestiging, maar de staatssecretaris stelde dat hij voor die tijd geen rechtmatig verblijf had. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
In hoger beroep stelde de vreemdeling dat hij reeds in november 1978 een verblijfsvergunning had gekregen, onderbouwd met een document uit het dossier waarin een verblijfsaanvaarding werd bevestigd. De Raad van State oordeelde dat dit document niet slechts een aanzegging was, maar bewijs van rechtmatig verblijf vóór 1993.
De Raad van State vernietigde daarom het besluit van 19 februari 2015 en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee werd het inreisverbod onrechtmatig geacht vanwege strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het inreisverbod van 19 februari 2015 is vernietigd wegens onjuiste vaststelling van rechtmatig verblijf.