ECLI:NL:RVS:2016:182
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende geloofwaardigheid bekering
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 31 maart 2015 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die dit beroep gegrond verklaarde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris slechts een beperkt deel van het asielrelaas over de bekering had betrokken. De staatssecretaris had gemotiveerd dat de verklaringen van de vreemdeling onvoldoende inzicht boden in de motieven en het proces van bekering, mede omdat de vreemdeling onvoldoende concreet kon uitleggen waarom zij zich van het boeddhisme had afgekeerd en zich bekeerd had tot het christendom. Ook het feit dat zij sinds 2010 evangeliseert, maakte haar bekering niet geloofwaardiger.
Verder had de staatssecretaris terecht gewezen op onjuiste personalia, het ontbreken van reisdocumenten en het niet onverwijld melden. De Afdeling stelde vast dat de beroepsgrond over de positie van christenen in China niet tot vernietiging kon leiden, omdat niet geloofwaardig was dat de vreemdeling christen was. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.