ECLI:NL:RVS:2016:1794
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J. Hoekstra
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling bestemmingsplan verplaatsing agrarisch bedrijf in gemeente Bergen
De raad van de gemeente Bergen stelde op 22 september 2015 een bestemmingsplan vast voor de verplaatsing van een gemengd agrarisch bedrijf van een extensiveringsgebied naar een landbouwontwikkelingsgebied. Het plan voorziet in het mogelijk maken van een veehouderij met kalveren, varkens en landbouw aan de Grensweg en recreatiewoningen op de oude locatie. Appellanten voerden aan dat het plan onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende rekening hield met milieueffecten, gezondheid, ruimtelijke kwaliteit en Natura 2000-gebieden.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetste terughoudend en concludeerde dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het plan strekte tot een goede ruimtelijke ordening. De milieuvergunning, hoewel deels gebaseerd op een vervallen vergunning, werd gelijkgesteld met een omgevingsvergunning en was niet van rechtswege vervallen. De maximale omvang van het bedrijf en mestverwerking waren in de planregels vastgelegd. De Afdeling oordeelde dat de raad voldoende aandacht had besteed aan de volksgezondheid, ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing.
Verder werd geoordeeld dat de belangen van appellanten niet direct verweven waren met het algemene belang van Natura 2000-bescherming, waardoor hun beroepsgrond op dat punt niet ontvankelijk was. Ook de afwijking van de maximale dakhoogte uit het beleidskader en de afmetingen van de stal waren niet onredelijk. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan voor de verplaatsing van het agrarisch bedrijf wordt ongegrond verklaard.