ECLI:NL:RVS:2016:1786
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens psychiatrische ongeschiktheid
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig wegens psychiatrische ongeschiktheid na een incident waarbij appellant gevaarlijk rijgedrag vertoonde. De politie meldde dit aan het CBR, waarna een psychiater een onderzoek uitvoerde en concludeerde dat appellant leed aan schizofrenie met een actieve psychose.
Appellant betwistte de juistheid van het psychiatrisch verslag en stelde dat zijn geestelijke gezondheid sinds jaren stabiel was en de gebeurtenissen voortkwamen uit burenruzies. De rechtbank oordeelde echter dat het verslag betrouwbaar was en appellant onvoldoende gemotiveerd tegenbewijs had geleverd.
Verder stelde appellant dat zijn belangen onvoldoende waren meegewogen, maar de rechtbank stelde dat de regelgeving geen ruimte laat voor een belangenafweging bij ongeldigverklaring van het rijbewijs op grond van medische geschiktheid.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Het besluit van het CBR blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het rijbewijs blijft ongeldig wegens psychiatrische ongeschiktheid.