ECLI:NL:RVS:2016:1615
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verlenging verblijfsvergunning wegens hoofdverblijf in buitenland
De vreemdeling, van Turkse nationaliteit, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die zij wilde verlengen. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van het standpunt dat de vreemdeling haar hoofdverblijf buiten Nederland had gevestigd, omdat zij sinds 1 oktober 2013 niet meer was ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP).
De vreemdeling stelde dat de termijn van negen maanden verblijf buiten Nederland, die geldt voor Turkse onderdanen, ten tijde van het besluit nog niet was verstreken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad van State oordeelde anders. De Raad stelde dat het op het moment van het besluit aannemelijk moet zijn dat de vreemdeling langer dan negen maanden buiten Nederland verbleef, wat hier niet het geval was.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar alsnog gegrond verklaard. De staatssecretaris werd opgedragen opnieuw op de aanvraag te beslissen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.480,00.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en het bezwaar gegrond verklaard.