ECLI:NL:RVS:2016:1608
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing toevoeging rechtsbijstand wegens overschrijding beroepstermijn
Appellant vroeg om een toevoeging voor rechtsbijstand voor een procedure wegens vermeend onrechtmatig ontslag. De raad wees de aanvraag af omdat het inkomen over het peiljaar 2012 de grenzen voor gesubsidieerde rechtsbijstand overschreed. Appellant verzocht om peiljaarverlegging naar 2014 vanwege werkloosheid, wat aanvankelijk werd afgewezen, maar later op bezwaar alsnog werd toegewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat het beroep pas na afloop van de beroepstermijn was ingediend. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel, omdat het besluit op bezwaar op 16 september 2014 is verzonden en appellant pas op 5 december 2014 beroep instelde, ruim na de termijn van zes weken.
Appellant voerde aan dat het besluit van 12 september 2014 een herzieningsbesluit was en dat het beroep niet tegen dat besluit was gericht. De Afdeling oordeelt dat het besluit van 12 september 2014 een besluit op bezwaar is en dat het beroep tegen dat besluit moest worden ingesteld. Daarnaast faalt het betoog dat de e-mail van 24 oktober 2014 een besluit bevatte waartegen beroep kon worden ingesteld.
De Afdeling concludeert dat appellant niet tijdig beroep heeft ingesteld en dat er geen omstandigheden zijn die verzuim rechtvaardigen. Het hoger beroep is daarom ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.