ECLI:NL:RVS:2016:1540
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over voortduren vreemdelingenbewaring wegens schending hoor en wederhoor
De vreemdeling was op 28 augustus 2015 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het voortduren van deze bewaring op 15 april 2016 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateerde dat de rechtbank het onderzoek op 13 april 2016 had gesloten, terwijl de vreemdeling tot en met 14 april 2016 de mogelijkheid had om te reageren op de voortgangsrapportage van de staatssecretaris. Hierdoor was het beginsel van hoor en wederhoor geschonden, wat het recht op een eerlijk proces aantastte.
Hoewel de Vreemdelingenwet 2000 in principe geen hoger beroep tegen deze uitspraak toestaat, nam de Afdeling toch kennis van het hoger beroep vanwege deze fundamentele procesrechtelijke schending. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor nieuwe behandeling met inachtneming van het hoor en wederhoor.
Daarnaast wees de Afdeling erop dat het betoog over overschrijding van termijnen op grond van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens niet slaagde. De proceskosten in hoger beroep werden vastgesteld en de beslissing over vergoeding daarvan werd aan de rechtbank overgelaten.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens schending van het hoor en wederhoor en de zaak wordt terugverwezen voor herbehandeling.