ECLI:NL:RVS:2016:1445
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod
De vreemdeling, afkomstig uit Irak en wonend in de Koerdische Autonome Regio, vroeg om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 16 januari 2015 werd afgewezen, met oplegging van een inreisverbod. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris de ongeloofwaardigheid van de bekering tot het christendom onvoldoende had gemotiveerd. De staatssecretaris had terecht betoogd dat de vreemdeling op de gebruikelijke wijze kennis had genomen van de islam en dat zijn analfabetisme niet betekent dat zijn verklaringen over zijn bekering gedetailleerd moesten zijn.
Verder faalde het beroep van de vreemdeling dat de veiligheidssituatie in zijn regio zodanig was dat terugkeer onaanvaardbaar was. Ook het bezwaar tegen het inreisverbod werd verworpen, omdat de staatssecretaris aannemelijk had gemaakt dat er een risico op onttrekking aan toezicht bestaat en dat het inreisverbod niet in strijd is met het recht op privéleven.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, maar verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag en het inreisverbod blijft in stand.