ECLI:NL:RVS:2016:1426
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwang wegens schending hoorplicht en onduidelijke motivering
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam legde op 3 augustus 2015 spoedeisende bestuursdwang op wegens het onjuist aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, waarbij de kosten van €125 aan appellante werden opgelegd. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat zij niet tijdig is gehoord, ondanks haar verzoek daartoe.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college de hoorplicht heeft geschonden door appellante niet te horen, terwijl zij dit had aangegeven. Daarnaast was het besluit van 14 augustus 2015 onvoldoende gemotiveerd en ontbrak een duidelijke omschrijving van de overtreding, waardoor appellante pas in beroep haar verweer kon voeren.
De Afdeling acht aannemelijk dat appellante door de schending van de hoorplicht is benadeeld, mede omdat een verklaring van een derde over het plaatsen van de afvaldoos werd overgelegd. Hierdoor kon het college het besluit niet adequaat heroverwegen.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellante. Hiermee wordt de rechtsbescherming van appellante hersteld.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en onvoldoende motivering, met vergoeding van proceskosten aan appellante.