ECLI:NL:RVS:2016:1398
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek ontheffing inburgeringsplicht ondanks betwisting leervermogen en verdragsrechtelijke bezwaren
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar verzoek om ontheffing van de inburgeringsplicht door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Zij stelde dat zij vanwege een gebrek aan leervermogen het inburgeringsexamen niet kan behalen en voerde daarnaast aan dat de inburgeringsplicht in strijd is met diverse verdragsbepalingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het e-mailbericht van de praktijkcoach onvoldoende gemotiveerd is en niet aantoont dat appellante blijvend niet in staat is het examen te behalen. Ook is niet gebleken dat appellante inspanningen heeft verricht na het zakken voor het examen. De Raad verwierp daarom het beroep op ontheffing op grond van artikel 31 van Pro de Wet inburgering.
Voorts oordeelde de Raad dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij onder de werkingssfeer valt van de Overeenkomst tussen Nederland en Marokko, noch dat de inburgeringsplicht in strijd is met de Associatieovereenkomst, de Richtlijn langdurig ingezetenen of het EVRM. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om ontheffing van de inburgeringsplicht wordt bevestigd.