ECLI:NL:RVS:2016:1377
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en inreisverbod wegens onvoldoende bewijs nationaliteit vreemdeling
De vreemdeling werd op 13 maart 2016 aangehouden wegens het ontbreken van geldige identiteitsdocumenten. De staatssecretaris vaardigde op 14 maart 2016 een terugkeerbesluit en inreisverbod uit en stelde haar in vreemdelingenbewaring. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdeling ongegrond en wees het schadevergoedingsverzoek af.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing was omdat haar EU-nationaliteit niet met concreet bewijs werd betwist en dat de staatssecretaris geen concreet aanknopingspunt had voor een derde-land nationaliteit. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris inderdaad onvoldoende bewijs had geleverd dat de vreemdeling geen EU-burger was, waardoor het terugkeerbesluit en inreisverbod onrechtmatig waren.
Het hoger beroep tegen de inbewaringstelling werd ongegrond verklaard omdat de aangevoerde gronden niet tot vernietiging leidden. De Afdeling vernietigde het terugkeerbesluit en inreisverbod, bevestigde de uitspraak over de inbewaringstelling, wees het schadevergoedingsverzoek af en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en inreisverbod worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs van nationaliteit; de inbewaringstelling wordt bevestigd.