ECLI:NL:RVS:2016:1351
Raad van State
- Prejudicieel verzoek
- P.J.J. van Buuren
- F.D. van Heijningen
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over geldigheid uitvoeringsbesluit Commissie inzake Natura 2000-gebied Haringvliet zonder Leenheerenpolder
De Vereniging Hoekschewaards Landschap betoogt dat de Leenheerenpolder ten onrechte niet is aangewezen als deel van het Natura 2000-gebied Haringvliet, omdat het uitvoeringsbesluit van de Europese Commissie van 3 december 2014 dat gebied zonder deze polder op de lijst van gebieden van communautair belang (GCB) plaatste ongeldig zou zijn. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft het gebied Haringvliet bij besluit van 28 april 2015 opnieuw aangewezen zonder de Leenheerenpolder, met verwijzing naar het uitvoeringsbesluit van de Commissie.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State constateert dat de Vereniging niet rechtstreeks tegen het uitvoeringsbesluit kan procederen bij het Hof van Justitie en onderzoekt daarom zelf de geldigheid van dit besluit. De Afdeling twijfelt of de redenen die de staatssecretaris en de Commissie hebben aangevoerd om de Leenheerenpolder te verwijderen — namelijk dat het aanvankelijke voorstel een wetenschappelijke fout was en dat de natuurdoelen ook zonder deze polder kunnen worden bereikt — voldoende onderbouwd zijn.
De Afdeling benadrukt dat de Leenheerenpolder nog steeds potentie heeft voor natuurherstel en dat de ecologische onderbouwing voor het schrappen van deze polder ontbreekt. De Commissie heeft zelfs geadviseerd voorzichtig te zijn met beslissingen die het herstelpotentieel van de polder verminderen. Daarom verzoekt de Afdeling het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de geldigheid van het uitvoeringsbesluit van 3 december 2014 en schorst zij de behandeling van het beroep totdat het Hof heeft beslist.
Uitkomst: De behandeling van het beroep is geschorst en prejudiciële vragen zijn gesteld aan het Hof van Justitie over de geldigheid van het uitvoeringsbesluit van de Europese Commissie.