ECLI:NL:RVS:2016:1348
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- J.W. van de Gronden
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving verbod op boatsaver in strijd met provinciale landschapsverordening
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht heeft aan appellant bevolen zijn boatsaver te verwijderen omdat deze in strijd is met artikel 17 van Pro de Landschapsverordening Provincie Utrecht 2011 (Lsv). Appellant voerde aan dat de verbodsbepaling onverbindend is, niet doelmatig, en niet met terugwerkende kracht toegepast mag worden op een reeds sinds 1996 bestaande situatie. Ook stelde hij dat de verordening niet geldt voor particuliere insteekhavens en dat de boatsaver boven het water hangt, waardoor het verbod niet van toepassing zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat het aan het bevoegd gezag is om belangen af te wegen en dat de rechter terughoudend moet zijn bij toetsing van de doelmatigheid van de verbodsbepaling. De overgangsbepaling in artikel 19 Lsv Pro biedt een gedoogperiode tot 29 november 2012, waarna handhaving mogelijk is.
Verder oordeelt de Raad dat de Lsv van toepassing is op het gebied buiten de bebouwde kom, ook op niet-openbaar water zoals de insteekhaven van appellant. De verbodsbepaling geldt ook voor boatsavers die boven het water hangen. Het beroep faalt, en het college mag handhavend optreden. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college mag de boatsaver handhaven en verwijderen wegens strijd met de Landschapsverordening.