ECLI:NL:RVS:2016:1347
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- J.W. van de Gronden
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bestuursrechtelijke uitspraak over verwijdering boatsavers wegens strijd met landschapsverordening Utrecht
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht heeft bij besluiten van 13 maart 2014 aan belanghebbenden gelast hun boatsavers op percelen in Nigtevecht te verwijderen omdat deze in strijd zijn met de Landschapsverordening Provincie Utrecht 2011 (Lsv). De belanghebbenden maakten bezwaar en stelden onder meer dat de verbodsbepaling in artikel 17 van Pro de Lsv onverbindend zou zijn en dat hun boatsavers niet in strijd waren met de verordening.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde de beroepen van de belanghebbenden ongegrond en bevestigde het collegebesluit. De belanghebbenden gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zij voerden aan dat de verbodsbepaling niet doelmatig is, dat de Lsv niet met terugwerkende kracht mag worden toegepast, en dat de boatsavers op eigen terrein lagen.
De Afdeling oordeelde dat de verbodsbepaling in artikel 17 van Pro de Lsv niet onverbindend is en dat de rechter terughoudend moet zijn bij het toetsen van de doelmatigheid van een algemeen verbindend voorschrift. De overgangsbepaling in artikel 19 biedt Pro een gedoogperiode tot 29 november 2012, waarna handhaving mogelijk is. De Afdeling stelde vast dat de Lsv van toepassing is op het gebied buiten de bebouwde kom, ook op niet-openbaar water, en dat de boatsavers in insteekhavens buiten de bebouwde kom liggen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.