ECLI:NL:RVS:2016:129
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel en beoordeling individueel ambtsbericht
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft bij besluiten van 9 mei 2014 de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en geweigerd om ambtshalve uitzetting achterwege te laten. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen gegrond en vernietigde deze besluiten, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid van het individueel ambtsbericht zijn. De Afdeling stelt dat het ambtsbericht voldoet aan de eisen van onpartijdigheid en objectiviteit en dat de vreemdelingen onvoldoende hebben weersproken dat vreemdeling 1 niet op de lijst van gezochte personen staat en dat de verstrekte informatie betrouwbaar is.
De Afdeling overweegt verder dat het asielrelaas van vreemdeling 1 ongeloofwaardig is, onder meer vanwege de onwaarschijnlijkheid van de wijze van verkrijging van Armeense paspoorten voor de minderjarige kinderen en het ontbreken van bewijs voor de gestelde arrestatie en detentie. Ook de medische argumenten van de vreemdelingen wegen niet op tegen de uitzetting.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard.