ECLI:NL:RVS:2016:1275
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van invordering verbeurde dwangsom na handhaving bouwvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden legde op 27 januari 2012 een last onder dwangsom op aan appellant om een in strijd met de bouwvergunning gebouwde schuur te verwijderen of aan te passen. Na constatering dat de overtreding niet was opgeheven, besloot het college op 6 december 2013 tot invordering van de verbeurde dwangsom van € 20.000.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit invorderingsbesluit, maar zowel de rechtbank als de Raad van State verklaarden deze beroepen ongegrond. Appellant voerde onder meer aan dat het college niet bevoegd was de last op te leggen, mede vanwege een eerdere brief uit 1989 en overgangsrecht, en dat de invordering onevenredig was. Deze bezwaren werden echter niet in de eerdere procedure tegen het lastopleggingsbesluit ingebracht en konden daarom niet in het kader van de invordering worden meegenomen.
De Raad van State overweegt dat bezwaren tegen de rechtmatigheid van het lastopleggingsbesluit slechts onder zeer bijzondere omstandigheden bij de toetsing van het invorderingsbesluit kunnen worden betrokken, welke hier niet aanwezig zijn. Nieuwe betogen over onevenredigheid en het ontbreken van verzoek tot handhaving door derden worden buiten beschouwing gelaten omdat deze niet eerder zijn ingebracht. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.