ECLI:NL:RVS:2016:1163
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning wegens ontbreken duurzame relatie
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie trok de verblijfsvergunningen van een vreemdeling en haar minderjarige kinderen in, omdat zij niet langer voldeed aan de voorwaarden van een duurzame en exclusieve relatie met de referent. De intrekking was mede gebaseerd op huisbezoeken waarbij geen bewijs van gezamenlijke huishouding werd aangetroffen, en op verklaringen die wezen op het ontbreken van erkenning van het jongste kind door de referent.
De rechtbank had de huisbezoeken onrechtmatig geoordeeld vanwege het ontbreken van toestemming bij het tweede huisbezoek, en vernietigde het besluit tot intrekking. De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat het eerste huisbezoek rechtmatig was en dat de overige bewijsmiddelen voldoende waren om de intrekking te dragen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het eerste huisbezoek rechtmatig was, het tweede onrechtmatig en het bewijs daarvan uitgesloten moest worden. Echter, de overige bewijsmiddelen en het bewijs van het eerste huisbezoek waren voldoende om het standpunt van de staatssecretaris te dragen. De rechtbank had ten onrechte de bewijslastverdeling verkeerd toegepast. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunningen blijft in stand.