ECLI:NL:RVS:2016:1160
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verlenging verblijfsvergunning wegens onvoldoende belangenafweging
De vreemdeling, geboren in 1992 en sinds jonge leeftijd in Nederland verblijvend, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd waarvan de geldigheidsduur niet werd verlengd. De staatssecretaris wees de aanvraag af, vaardigde een inreisverbod uit en beval onmiddellijke vertrek. De vreemdeling had een strafrechtelijke geschiedenis met meerdere veroordelingen, waaronder gewelds- en drugsdelicten.
De vreemdeling voerde aan dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met zijn gedragsverbetering en positieve ontwikkelingen sinds zijn laatste misdrijf, waaronder het volgen van een opleiding en een verminderd recidiverisico volgens de reclassering. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris niet alle relevante feiten en omstandigheden had meegewogen, zoals de positieve verklaringen van de reclassering en de beperkte ernst van de misdrijven tijdens meerderjarigheid.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.