ECLI:NL:RVS:2016:114
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- W. Sorgdrager
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit en niet-ontvankelijkheid beroep tegen invordering dwangsom schuur
Het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden legde aan appellant een last onder dwangsom op om een schuur die niet in overeenstemming was met de verleende bouwvergunning te verwijderen of aan te passen. Appellant voerde onder meer aan dat hij een beroep kon doen op het overgangsrecht en dat het college onterecht handhavend optrad. De rechtbank oordeelde dat het overgangsrecht niet tot legalisatie leidt en dat het college bevoegd was op te treden. Tevens werd het beroep van appellant tegen de handhaving ongegrond verklaard.
Appellant stelde dat het college hem vertrouwen had gegeven dat niet zou worden gehandhaafd en dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom geen medewerking aan legalisering werd verleend. De Raad van State oordeelde dat er geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan die rechtens te honoreren verwachtingen scheppen en dat het college terecht geen medewerking verleende aan legalisering.
Verder voerde appellant aan dat het college onredelijk was in het vaststellen van de dwangsom en de begunstigingstermijn. De Afdeling bevestigde dat de dwangsom proportioneel was en dat de begunstigingstermijn van zes weken passend was. Ten slotte werd het beroep tegen het besluit tot invordering van de dwangsom niet-ontvankelijk verklaard omdat de bevoegdheid tot invordering was verjaard, aangezien het college niet tijdig een geldige stuitingshandeling had verricht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot invordering van de dwangsom wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring en het handhavingsbesluit wordt bevestigd.