ECLI:NL:RVS:2016:1131
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens illegale tewerkstelling na vermindering door Raad van State
De minister legde aan appellant een boete van €18.000,00 op wegens het in dienst hebben van een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, waarbij eerdere overtredingen werden meegewogen. Appellant voerde aan dat getuigen niet waren gehoord en dat de waarnemingen van de arbeidsinspecteurs onjuist waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het niet horen van aanwezige getuigen geen bijzondere omstandigheid vormde en dat de minister terecht uitging van het boeterapport. Wel werd het boetenormbedrag aangepast naar aanleiding van beleidswijzigingen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het eerdere besluit en stelde de boete vast op €12.000,00. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De boete wegens illegale tewerkstelling wordt vastgesteld op €12.000,00 en het eerdere besluit vernietigd.