ECLI:NL:RVS:2016:1130
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister inzake Wob-verzoek verzendadministratie CVOM
De appellant verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om de volledige verzendadministratie van de cluster Wob van de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) vanaf 23 februari 2014. De minister weigerde dit verzoek omdat het volgens hem niet onder de werking van de Wob viel, aangezien de appellant geen bestuurlijke aangelegenheid had vermeld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
De appellant stelde dat de verzendadministratie betrekking heeft op besluitvorming van de sectie Wob van de CVOM en daarmee op een bestuurlijke aangelegenheid. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de verzendadministratie de interne organisatie van de CVOM betreft en dus wel degelijk een bestuurlijke aangelegenheid is in de zin van de Wob. De minister en rechtbank hadden dit niet onderkend.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister van 4 februari 2015, en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd en een nieuw besluit moet worden genomen; het hoger beroep wordt gegrond verklaard.