ECLI:NL:RVS:2016:1105
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- J.J. van Eck
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boeteoplegging wegens gebrek aan toezichthouderbevoegdheid bij kinderopvang
Het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen legde aan [appellante], exploitant van een kindercentrum, een bestuurlijke boete van €16.750 op wegens overtredingen van de Wet kinderopvang. Deze boete was gebaseerd op een inspectierapport van een medewerker van de GGD die een onaangekondigd onderzoek uitvoerde.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het rapport mocht worden gebruikt ondanks twijfel over de bevoegdheid van de medewerker. In hoger beroep stelde [appellante] dat alleen de directeur van de GGD bevoegd is als toezichthouder en dat de inspectie door de medewerker daarom niet rechtsgeldig was.
De Raad voor de Rechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende bewijs leverde dat de medewerker bevoegd was om het onderzoek uit te voeren. Het college weigerde bovendien op te dagen voor de zitting en stukken te overleggen, waardoor de Raad concludeerde dat het rapport niet als grondslag voor de boete kon dienen.
Hierdoor werd het boetebesluit herroepen en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van [appellante].
Uitkomst: Het boetebesluit van 18 maart 2014 wordt herroepen wegens gebrek aan toezichthouderbevoegdheid van de inspecteur.