ECLI:NL:RVS:2016:110
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en bevestiging bestemmingsplan Hogebrug eerste herziening 2014
De zaak betreft het bestemmingsplan "Hogebrug, eerste herziening 2014" vastgesteld door de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk op 17 juli 2014. Appellanten hebben beroep ingesteld tegen dit besluit wegens strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), specifiek over de afwijkingsbevoegdheid in artikel 4, lid 4.4, van de planregels. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een tussenuitspraak op 8 april 2015 dat het besluit van 17 juli 2014 vernietigd moest worden voor zover het artikel 4, lid 4.4 betreft.
Naar aanleiding daarvan heeft de raad het bestemmingsplan op 27 mei 2015 opnieuw vastgesteld, waarbij de afwijkingsbevoegdheid werd aangepast. Appellanten voerden aan dat het aangepaste artikel nog steeds niet voldeed aan eerdere uitspraken, met name of een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd blijft na toepassing van de afwijkingsbevoegdheid. De Afdeling overwoog dat afwijking slechts mogelijk is via een omgevingsvergunning, waartegen rechtsmiddelen openstaan, en dat de eerdere tussenuitspraak bindend is tenzij sprake van uitzonderlijke omstandigheden.
De Afdeling verklaarde het beroep tegen het besluit van 17 juli 2014 gegrond en vernietigde het betreffende artikel. Het beroep tegen het besluit van 27 mei 2015 werd ongegrond verklaard. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten. De uitspraak werd gedaan door mr. J.A. Hagen, lid van de enkelvoudige kamer, op 20 januari 2016.
Uitkomst: Het besluit van 17 juli 2014 wordt vernietigd voor artikel 4, lid 4.4, het besluit van 27 mei 2015 wordt bevestigd en de raad wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.