ECLI:NL:RVS:2016:1021
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens zwaar inreisverbod
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 12 november 2015 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat tegen hem een zwaar inreisverbod was uitgevaardigd.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij stelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat zijn asielaanvraag mede moest worden beschouwd als een verzoek tot opheffing van het zware inreisverbod, en dat het beroep daarom inhoudelijk had moeten worden behandeld.
De Afdeling oordeelde dat een asielaanvraag van een vreemdeling met een lopend zwaar inreisverbod inderdaad mede moet worden gezien als een verzoek tot opheffing van dat verbod. Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag moet daarom ook worden beschouwd als een beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van het inreisverbod.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling met inachtneming van deze overwegingen. Tevens stelde zij de proceskosten in hoger beroep vast en bepaalde dat de rechtbank hierover beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.