ECLI:NL:RVS:2016:1020
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende motivering en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling werd op 10 februari 2016 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. In hoger beroep klaagde de vreemdeling dat de motivering van de bewaring niet voldeed aan het arrest Mahdi van het Hof van Justitie, omdat de staatssecretaris verwees naar een niet toegankelijke motivering van de hulpofficier van justitie.
De Raad van State oordeelde dat de maatregel onvoldoende gemotiveerd was, omdat niet duidelijk was waarom geen lichter middel werd toegepast. De verwijzing naar een proces-verbaal van een buitengewoon opsporingsambtenaar voldeed niet aan de vereisten. Hierdoor was de motivering niet in lijn met het arrest Mahdi, dat strenge eisen stelt aan de belangenafweging bij bewaring.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit tot bewaring. De vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven met terugwerkende kracht vanaf de dag van uitspraak. Tevens werd aan de vreemdeling een schadevergoeding van €4.425 toegekend en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.488,00.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens onvoldoende motivering en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding en proceskosten toegekend.