ECLI:NL:RVS:2015:945
Raad van State
- Hoger beroep
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar last onder bestuursdwang en toekenning proceskosten
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam legde op 21 oktober 2010 aan appellant een last onder bestuursdwang op wegens het zonder vergunning aanwezig hebben van voorwerpen in het openbaar water bij de zeilschool aan de Kralingse Plas. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en tegen brieven van de gemeente die ontruiming en weigering van een omgevingsvergunning aankondigden.
Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant geen belang meer zou hebben, mede omdat het oorspronkelijke besluit was ingetrokken. De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkverklaring en wees het beroep af. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellant wel belang had bij een inhoudelijke beoordeling van zijn bezwaar, met name vanwege zijn verzoek om vergoeding van proceskosten. De brieven van de gemeente werden niet als besluiten in de zin van de Awb aangemerkt, zodat bezwaar daartegen niet ontvankelijk kon worden verklaard.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college voor zover het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard, maar laat de rechtsgevolgen van die niet-ontvankelijkverklaring in stand. Tevens veroordeelt zij het college tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.