ECLI:NL:RVS:2015:901
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.A. Hagen
- G. van der Wiel
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning stikstofdepositie varkenshouderij nabij beschermd natuurmonument Zwartven
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende een vergunning krachtens artikel 19d Nbw 1998 voor een varkenshouderij maar weigerde een vergunning op grond van artikel 16 Nbw Pro 1998, omdat volgens het college geen schadelijke stikstofdepositie op het natuurmonument Zwartven zou plaatsvinden.
De appellant betoogde dat de wijziging van de veehouderij wel vergunningplichtig is vanwege een stikstofdepositie boven de drempelwaarde. Het college baseerde zijn weigering op de beleidsregel stikstof en beschermde natuurmonumenten Noord-Brabant, die een referentiesituatie hanteert van de situatie op 7 december 2004.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college ten onrechte deze beleidsregel aan het besluit ten grondslag heeft gelegd, omdat deze in strijd is met artikel 16 Nbw Pro 1998. De effecten van de gehele exploitatie na wijziging moeten worden beoordeeld, inclusief de effecten van de situatie op 7 december 2004. Omdat schadelijke effecten niet objectief zijn uitgesloten, is de weigering onterecht.
De zaak wordt terugverwezen naar het college om binnen acht weken een nieuw besluit te nemen over de vergunningaanvraag, waarbij een zorgvuldige belangenafweging moet plaatsvinden. De Afdeling ziet geen aanleiding zelf in de zaak te voorzien.
In de einduitspraak zal worden beslist over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de vergunning op grond van artikel 16 Nbw 1998 wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.