ECLI:NL:RVS:2015:881
Raad van State
- Herziening
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening bestuursrechtelijke uitspraak vreemdelingenrecht
Verzoeker heeft bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek ingediend tot herziening van de uitspraak van 15 oktober 2014 in een bestuursrechtelijke zaak op het gebied van vreemdelingenrecht.
Het verzoek tot herziening is gebaseerd op nieuwe beslissingen van de Appeals Chamber van het Internationaal Strafhof, waarin wordt gesteld dat de aanwezigheid van verzoeker op de zetel van het Strafhof tijdens het hoger beroep vereist zou zijn. Deze beslissingen dateren echter van na de oorspronkelijke uitspraak en tonen niet aan dat deze regel al vóór de uitspraak van de Afdeling gold.
De Afdeling oordeelt dat verzoeker geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die voldeden aan de criteria voor herziening zoals gesteld in artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Daarom wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzitter en leden van de Afdeling bestuursrechtspraak in aanwezigheid van de griffier op 12 maart 2015.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de bestuursrechtelijke uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.