ECLI:NL:RVS:2015:858
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake sluiting horeca-inrichting en intrekking exploitatievergunning Den Haag
De burgemeester van Den Haag heeft op 10 februari 2014 besloten een horeca-inrichting voor twaalf maanden te sluiten en de exploitatievergunning in te trekken vanwege de aanwezigheid van een handelshoeveelheid softdrugs en het ontbreken van toezicht. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep gegrond voor de intrekking van de vergunning, maar ongegrond voor de sluiting.
De burgemeester en de exploitant gingen in hoger beroep. De Raad van State overweegt dat de burgemeester bevoegd was bestuursdwang toe te passen op grond van de Opiumwet en de Algemene plaatselijke verordening (Apv). De burgemeester heeft het beleid van de gemeente Den Haag gevolgd, waarin sluiting en intrekking van vergunningen bij drugshandel en slecht levensgedrag zijn geregeld.
De Raad van State oordeelt dat de burgemeester terecht heeft vastgesteld dat sprake is van handel in softdrugs en onvoldoende toezicht. De voorzieningenrechter heeft ten onrechte geoordeeld dat de burgemeester is afgeweken van het beleid door de vergunning in te trekken. De Afdeling verklaart het hoger beroep van de burgemeester gegrond, vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter voor zover het de intrekking betreft en verklaart het beroep van de exploitant ongegrond. De sluiting van twaalf maanden blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De sluiting van twaalf maanden wordt bevestigd en de intrekking van de exploitatievergunning wordt gehandhaafd.