ECLI:NL:RVS:2015:854
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- G.M.H. Hoogvliet
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening tegemoetkoming buitengewone uitgaven 2008
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de herziening door de inspecteur van de tegemoetkoming buitengewone uitgaven voor het jaar 2008. De inspecteur had bij besluit van 29 maart 2013 de tegemoetkoming herzien en vastgesteld op nihil, met een terugvordering van € 586,00. De rechtbank had dit besluit bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Appellante stelde primair dat de herziening binnen vijf jaar na het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft had moeten plaatsvinden en subsidiair dat de inspecteur in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel te lang had gewacht met herziening. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vijfjaarstermijn niet ziet op de termijn waarbinnen de herziening moet worden vastgesteld, maar op de periode waarbinnen de inspecteur kan terugkomen op het besluit.
De Afdeling bevestigde dat het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft het jaar is waarin de buitengewone uitgaven zijn gedaan, namelijk 2007. De inspecteur mocht derhalve in juli 2012 nog terugkomen op het besluit van 19 juli 2010. Omdat het Tijdelijk besluit geen termijn voor herziening voorschrijft, geldt dat de herziening binnen een redelijke termijn moet plaatsvinden. De termijn van circa negen maanden tussen het moment dat de onjuistheid werd ontdekt en het herzieningsbesluit werd genomen, werd als redelijk beoordeeld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de tegemoetkoming buitengewone uitgaven door de inspecteur is terecht en binnen een redelijke termijn genomen.