ECLI:NL:RVS:2015:838
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde appellant sub 2 een boete van €48.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Limburg matigde deze boete tot €32.000 en verklaarde het beroep van appellant sub 2 gegrond.
Zowel de minister als appellant sub 2 gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van de minister gegrond verklaard en dat van appellant sub 2 ongegrond. De Afdeling oordeelde dat de arbeidsinspecteurs niet verplicht waren om voorafgaand aan het onderzoek cautie te geven, dat het bewijs van de minister voldoende was voor de betrokken vreemdelingen, en dat appellant sub 2 onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de overtreding niet kon worden verweten.
De Afdeling benadrukte dat het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning ernstige gevolgen heeft en dat de boete passend is gelet op de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid. De rechtbankuitspraak werd vernietigd en het beroep van appellant sub 2 ongegrond verklaard, waarmee de boete van €32.000 gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De boete van €32.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt gehandhaafd.