ECLI:NL:RVS:2015:832
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- F.C.M.A. Michiels
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na intrekking exploitatievergunning horeca
De burgemeester van Rotterdam verleende op 22 januari 2009 een exploitatievergunning voor een café, die later werd herroepen wegens strijd met het bestemmingsplan. Na afwijzing van bezwaar en beroep werd het besluit onherroepelijk. De vergunninghouder verzocht vervolgens om schadevergoeding voor gemaakte kosten en gederfde inkomsten.
De burgemeester wees het verzoek af, stellende dat het gebruik van een nog niet onherroepelijke vergunning op eigen risico is en dat geen gerechtvaardigd vertrouwen bestond dat de vergunning zou blijven bestaan. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde de vergunninghouder dat de burgemeester onrechtmatig had gehandeld en dat het arrest van de Hoge Raad van 1994 niet van toepassing was. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze argumenten, benadrukkend dat het besluit van 7 augustus 2009 onherroepelijk is en dat de vergunninghouder geen aanspraak kan maken op vergoeding van schade die voortvloeit uit het gebruik van een niet onherroepelijke vergunning.
Ook het verzoek om coulancevergoeding voor verbouwings- en goodwillkosten werd afgewezen vanwege het ontbreken van grond en het ongewenste precedent. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het schadevergoedingsverzoek bevestigd.