ECLI:NL:RVS:2015:806
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herziening kinderopvangtoeslag 2008 wegens strijd met Awir artikel 21
De Belastingdienst/Toeslagen had de definitief toegekende kinderopvangtoeslag over 2008 herzien en op nihil gesteld, en het toegekende bedrag van €5.831,00 teruggevorderd. Ook werd het voorschot over 2009 herzien. De rechtbank had de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond verklaard.
In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat de herziening over 2008 niet was toegestaan omdat niet voldaan was aan de voorwaarden van artikel 21, eerste lid, Awir. De Afdeling oordeelde dat de Belastingdienst niet aannemelijk had gemaakt dat appellante wist of behoorde te weten dat de toeslag over 2008 te hoog was vastgesteld. Daarom was de herziening in strijd met artikel 21 Awir Pro en werd het besluit van 25 september 2012 over 2008 herroepen.
Ten aanzien van 2009 bevestigde de Afdeling het oordeel dat appellante niet had aangetoond dat zij alle kosten voor kinderopvang had voldaan, ook niet door de in natura betaalde boodschappen. Hierdoor kon geen aanspraak op toeslag worden gemaakt en was de herziening van het voorschot terecht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard voor 2008 en afgewezen voor 2009.
De Belastingdienst werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellante. De uitspraak van de rechtbank over 2008 werd vernietigd, die over 2009 bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de kinderopvangtoeslag over 2008 is vernietigd, het besluit over 2009 bevestigd.