ECLI:NL:RVS:2015:80
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag schuldhulpverlening wegens eigen betalingscapaciteit
Appellant heeft een aanvraag voor schuldhulpverlening ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, welke op 1 juli 2013 werd afgewezen. Het college motiveerde dit besluit met het feit dat appellant nieuwe schulden had aangegaan, zelf in staat was zijn schulden te betalen en geen stabiele woon- of leefsituatie had. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij voerde aan dat het college onrechtmatig had gehandeld door bij de berekening van zijn vrij besteedbare inkomen geen rekening te houden met woonlasten, terwijl schuldenaren met woonlasten wel voor schuldhulpverlening in aanmerking komen. De Afdeling oordeelde dat appellant geen concreet vergelijkingsgeval had aangedragen en dat de situaties niet vergelijkbaar waren omdat appellant geen woonlasten heeft. Ook het betoog dat hij noodgedwongen bij zijn zus moet verblijven faalde.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag schuldhulpverlening wordt bevestigd.