ECLI:NL:RVS:2015:797
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring gemeenschapsonderdaan wegens ontbreken beoordeling bedreiging
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie verklaarde bij besluit van 2 januari 2013 een vreemdeling ongewenst. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 7 mei 2013 ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit in haar uitspraak van 7 november 2013. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris in het bestreden besluit niet had beoordeeld of de vreemdeling, als gemeenschapsonderdaan, een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormde voor een fundamenteel belang van de samenleving, zoals vereist op grond van artikel 8.22 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Hierdoor was het besluit onrechtmatig.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. De zaak werd hiermee zelf afgedaan.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens het ontbreken van een vereiste beoordeling, en het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.