ECLI:NL:RVS:2015:776
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek
- F.C.M.A. Michiels
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nadeelcompensatie wegens voorzienbaarheid aanleg Westrandweg
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de afwijzing van zijn verzoek om nadeelcompensatie wegens waardedaling en tijdelijke hinder door de aanleg van de Westrandweg te Amsterdam. De minister had het verzoek aanvankelijk afgewezen omdat de aanleg ten tijde van de aankoop van de woning voorzienbaar was. Na wijziging van het besluit bleef de afwijzing gehandhaafd omdat de appellant uit de projectnota en het tracébesluit van 1991 kon afleiden waar het tracé zou komen.
De rechtbank oordeelde dat de voorzienbaarheid van de aanleg voldoende was om de waardedaling en hinder voor rekening van de appellant te laten komen. De appellant voerde aan dat de voorzienbaarheid door latere brieven en startnotitie was gestuit, maar de Raad van State stelde dat voor de beoordeling alleen de planologische situatie op het moment van aankoop van belang is.
De Raad van State bevestigde dat de Westrandweg in de uiteindelijke uitvoering overeenkomt met het tracéalternatief uit 1991 en dat de appellant daarom het risico van waardedaling en hinder heeft aanvaard. Ook het betoog dat investeringen waren gedaan in de veronderstelling dat de weg niet zou komen, werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie bevestigd.