ECLI:NL:RVS:2015:77
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- Th.G. Drupsteen
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit schadefonds geweldsmisdrijven over uitkering studievertraging en toekomstige inkomensschade
De zaak betreft een hoger beroep van een slachtoffer van seksueel misbruik dat een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven (CSG) had ontvangen. De appellant vorderde een aanvullende vergoeding voor studievertraging en misgelopen toekomstige inkomsten door een latere toetreding tot de arbeidsmarkt.
De rechtbank had geoordeeld dat het CSG terecht geen uitkering toekende voor het mislopen van toekomstige inkomsten, omdat het vinden van een baan een onzekere toekomstige gebeurtenis is. De rechtbank baseerde zich daarbij op civielrechtelijke criteria voor schadevergoeding. De CSG stelde in incidenteel hoger beroep dat de rechtbank het bijzondere karakter van het schadefonds miskende, omdat het fonds een tegemoetkoming biedt en geen volledige schadeloosstelling nastreeft.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank inderdaad het civielrechtelijk kader ten onrechte toepaste en het specifieke doel van de Wsg uit het oog verloor. Desondanks leidde dit niet tot vernietiging van het vonnis omdat het CSG in redelijkheid kon weigeren de uitkering toe te kennen voor toekomstige inkomensschade. Ook de vergoeding voor studievertraging werd als redelijk beoordeeld. Het verzoek om een aanvullende uitkering voor recente psychotherapiekosten kon niet in hoger beroep worden behandeld.
Het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep werden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep en incidenteel hoger beroep zijn ongegrond verklaard en het besluit van de rechtbank bevestigd.