ECLI:NL:RVS:2015:768
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek
- F.C.M.A. Michiels
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nadeelcompensatie wegens voorzienbaarheid aanleg Westrandweg
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de afwijzing van haar verzoek om nadeelcompensatie door de minister van Infrastructuur en Milieu. De minister had het verzoek afgewezen omdat de aanleg van de Westrandweg te Amsterdam ten tijde van de aankoop van de woning voorzienbaar was, waardoor de appellant het risico van waardedaling en tijdelijke hinder diende te aanvaarden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de voorzienbaarheid van de aanleg van de Westrandweg voldoende was op grond van de projectnota uit 1989 en het tracébesluit van 8 maart 1991. Hoewel in de periode 1998-2004 onzekerheid bestond over de realisatie, werd geoordeeld dat de appellant haar woning in december 1997 had gekocht en daarom de toen geldende planologische situatie diende te aanvaarden.
De Afdeling verwierp het betoog van appellant dat de voorzienbaarheid was gestuit door brieven uit 1998-1999 en dat de aanleg pas met de startnotitie van 2004 voorzienbaar werd. Ook het argument dat tijdelijke hinder niet voorzienbaar was, faalde gezien het grootschalige karakter van de werkzaamheden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van nadeelcompensatie bevestigd.