ECLI:NL:RVS:2015:763
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek
- F.C.M.A. Michiels
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek nadeelcompensatie wegens voorzienbaarheid aanleg Westrandweg
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn verzoek om nadeelcompensatie vanwege waardedaling en tijdelijke hinder door de aanleg van de Westrandweg in Amsterdam.
De minister wees het verzoek af omdat de aanleg van de Westrandweg ten tijde van aankoop van de woning in 1996 voorzienbaar was. De rechtbank bevestigde dit standpunt, waarbij werd overwogen dat de planologische situatie en het tracébesluit uit 1991 voldoende concreet waren om risicoaanvaarding aan te nemen.
Appellant voerde aan dat de voorzienbaarheid was gestuit door brieven van eind 1998 en begin 1999 en dat de aanleg pas vanaf 2004 voorzienbaar was. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde echter dat voor de beoordeling van voorzienbaarheid alleen de situatie ten tijde van aankoop relevant is en dat appellant de stelling van investeringen in de veronderstelling dat de weg niet zou komen onvoldoende onderbouwde.
De Afdeling oordeelde dat de hinder als gevolg van de aanleg niet zodanig was dat deze niet voorzienbaar kon worden geacht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie bevestigd.