ECLI:NL:RVS:2015:758
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onterecht terugvorderen subsidies energiebesparende voorzieningen wegens niet-bewoning woning
De minister had subsidies van elk €750,- voor energiebesparende voorzieningen aan een woning teruggevorderd van appellant, omdat hij ten tijde van de aanvragen niet als bewoner van die woning was ingeschreven. De minister baseerde dit op de Tijdelijke stimuleringsregeling, waarin is bepaald dat alleen eigenaar-bewoners die hun hoofdverblijf in de woning hebben, aanspraak kunnen maken op subsidie.
Appellant voerde aan dat hij de woning na het aanbrengen van de voorzieningen zelf is gaan bewonen en dat dit in overeenstemming was met de bedoeling van de regeling. De Raad van State oordeelde echter dat de regeling duidelijk vereist dat de eigenaar-bewoner ten tijde van de aanvraag zijn hoofdverblijf in de woning moet hebben. Dit was niet het geval, waardoor de subsidievaststellingen onjuist waren en terecht zijn ingetrokken.
De Raad van State verwierp ook het beroep op eerdere uitspraken waarin deze voorwaarde niet was gesteld. Er was geen reden om af te zien van terugvordering van de onverschuldigd betaalde subsidies. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van appellant tegen de terugvordering van subsidies worden ongegrond verklaard.