ECLI:NL:RVS:2015:756
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot naturalisatie wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
De appellant verzocht om het Nederlanderschap, maar de staatssecretaris wees dit verzoek af wegens onvoldoende bewijs van identiteit en nationaliteit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank bevoegd was en dat de staatssecretaris terecht het verzoek afwees omdat de appellant geen gelegaliseerde geboorteakte of geldig buitenlands paspoort had overgelegd en niet aannemelijk had gemaakt dat hij in bewijsnood verkeerde. Het door appellant overgelegde verslag van een bezoek aan de ambassade en de verwijzing naar eerdere jurisprudentie konden het oordeel niet veranderen.
De Raad van State bevestigde het oordeel dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd dat hij niet in staat was de gevraagde documenten te verkrijgen, ondanks de moeilijke situatie voor etnische Armeniërs in Azerbeidzjan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van het verzoek tot naturalisatie wordt bevestigd vanwege onvoldoende bewijs van identiteit en nationaliteit.