ECLI:NL:RVS:2015:753
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning langdurig verblijvende kinderen
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 16 juli 2013 aanvragen af van een gezin van vreemdelingen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in het kader van de Regeling langdurig verblijvende kinderen. De vreemdelingen, bestaande uit ouders en minderjarige kinderen, hadden de zoon als hoofdpersoon aangemerkt. De staatssecretaris stelde dat zij niet voldeden aan het vereiste van minimaal vijf jaar verblijf vóór het bereiken van 18 jaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris, maar de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris zijn beleid deugdelijk had gemotiveerd en dat er geen sprake was van gelijke gevallen die een afwijkende behandeling vereisten. Tevens was het niet nodig de vreemdelingen te horen bij bezwaar.
De Raad van State overwoog dat de aangevoerde bijzondere omstandigheden niet binnen de strekking van de regeling vielen en dat de staatssecretaris niet verplicht was om op basis van discretionaire bevoegdheid een verblijfsvergunning te verlenen. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdelingen ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.