ECLI:NL:RVS:2015:744
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing bestemmingsplannen Stationsgebied Driebergen-Zeist met milieueffectrapportage en verkeersveiligheid
De raad van de gemeenten Utrechtse Heuvelrug en Zeist stelde in maart 2014 bestemmingsplannen vast voor het stationsgebied Driebergen-Zeist. Diverse appellanten, waaronder bewoners, stichtingen en bedrijven, stelden beroep in tegen deze plannen. De beroepen betroffen onder meer de ontvankelijkheid, de noodzaak van milieueffectrapportage, verkeerskundige aspecten zoals de verbreding van de Driebergseweg/Hoofdstraat, geluid- en trillingshinder, en ecologische gevolgen voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
De Afdeling oordeelde dat enkele beroepen niet-ontvankelijk waren wegens gebrek aan belanghebbendheid of het niet tijdig naar voren brengen van zienswijzen, behalve voor zover deze betrekking hadden op wijzigingen aan de parkeergarage. De Afdeling bevestigde dat de milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.-beoordeling) adequaat was en dat geen volledig MER noodzakelijk was. Verkeerskundig werd de verbreding naar 2x2 rijstroken gerechtvaardigd vanwege capaciteit en veiligheid, en de aanleg van tweerichtingsfietspaden was passend.
Ten aanzien van geluid en trillingen werden gebreken in de onderzoeken vastgesteld, met name het niet meenemen van verkeersbewegingen via de Odijkerweg en het ontbreken van geluidsonderzoek op achtergevels en onderwijsgebouwen. Ook waren de trillingsonderzoeken onvoldoende. De plannen waren daardoor in strijd met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid. Ecologisch werd geoordeeld dat de plannen een significante aantasting van de EHS veroorzaken, maar dat voldaan werd aan het nee, tenzij-principe vanwege groot openbaar belang, gebrek aan reële alternatieven en voldoende compensatie.
De Afdeling verwierp bezwaren over lichthinder, bereikbaarheid en alternatieven voor het busstation, maar gaf aan dat de raad bij herziening aandacht moet besteden aan bochtverbreding bij de fietsstraat. De bestemmingsplannen werden in belangrijke mate bevestigd, maar met de kanttekening dat bepaalde onderzoeken en voorbereidingen niet volledig zorgvuldig waren uitgevoerd.
Uitkomst: De bestemmingsplannen worden in stand gelaten, maar de raad moet de gebreken in de geluid- en trillingsonderzoeken herstellen.