ECLI:NL:RVS:2015:733
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over inreisverbod wegens onvoldoende belangenafweging
De staatssecretaris vaardigde op 22 maart 2014 een inreisverbod uit tegen de vreemdeling voor de duur van twee jaren. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het besluit niet heeft vernietigd, terwijl dit volgens artikel 8:72 Awb Pro verplicht was bij gegrondverklaring van het beroep. De staatssecretaris voerde aan dat bij de belangenafweging de belangen van de kinderen van de vreemdeling voldoende waren meegewogen, conform artikel 8 EVRM Pro, artikel 3 IVRK Pro en artikel 24 EU Pro-Handvest.
De Raad van State stelt dat het inreisverbod een inmenging vormt in het familie- en gezinsleven, maar dat de staatssecretaris een fair balance heeft gevonden tussen het algemeen belang van Nederland en het persoonlijke belang van de vreemdeling en zijn kinderen. Ook de medische omstandigheden en het gezinsleven met de vriendin zijn door de staatssecretaris voldoende betrokken. Het hoger beroep is daarom gegrond, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.