ECLI:NL:RVS:2015:713
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CBR ongeldigverklaring rijbewijs en oplegging alcoholslotprogramma wegens strijd met evenredigheidsbeginsel
Het CBR verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig en legde hem de verplichting op deel te nemen aan een alcoholslotprogramma (asp) na een melding van de politie over een alcoholcontrole waarbij een ademalcoholgehalte van 590 µg/l werd vastgesteld. Appellant voerde aan dat het bloedalcoholgehalte van 1,14 ‰, vastgesteld bij een tegenonderzoek, had moeten prevaleren en dat het opleggen van het asp op basis van het ademonderzoek onterecht was.
De voorzieningenrechter verwierp dit verweer, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het CBR terecht uitging van het ademalcoholgehalte omdat het bloedonderzoek niet binnen een uur na de ademanalyse was verricht, waardoor de wettelijke één-uursregeling niet van toepassing was. Vervolgens werd beoordeeld of het opleggen van het asp niet onevenredig was gezien de persoonlijke omstandigheden van appellant.
De Afdeling stelde vast dat artikel 17 van Pro de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011, waarop het CBR zich baseerde, onverbindend is omdat het de evenredigheid onvoldoende waarborgt en daardoor in strijd is met artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor werd het hoger beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het CBR opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
Daarnaast werd het besluit van 25 april 2013 bij wijze van voorlopige voorziening geschorst tot zes weken na het nieuwe besluit. Het CBR werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het CBR tot ongeldigverklaring van het rijbewijs en oplegging van een alcoholslotprogramma wordt vernietigd en geschorst, met opdracht tot een nieuw besluit.