ECLI:NL:RVS:2015:707
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. van der Wiel
- D.J.C. van den Broek
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen wijzigingsplan uitbreiding agrarisch bedrijf Lunteren
Het college van burgemeester en wethouders van Ede stelde op 19 november 2013 het wijzigingsplan 'Agrarisch Buitengebied, Lunteren' vast, dat een vergroting van de maximum oppervlakte bedrijfsbebouwing mogelijk maakt voor een pluimveebedrijf aan de locatie A. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, met name vanwege de agrarische bestemming van zijn perceel en de vermeende onevenredige aantasting van zijn woon- en leefklimaat.
Tijdens de zitting op 16 december 2014 trok appellant zijn beroepsgrond in die betrekking had op de agrarische bestemming van zijn perceel. De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde dat de woning van appellant planologisch onderdeel is van het agrarisch bedrijf en dat het college terecht de milieueffecten heeft beoordeeld zonder extra bescherming voor de woning toe te kennen.
Verder stelde appellant dat de productie van mengvoer geen nevenactiviteit is en dat de vergroting van de bedrijfsbebouwing niet noodzakelijk zou zijn. De Afdeling oordeelde dat de wijzigingsbevoegdheid niet ziet op nevenactiviteiten en dat de noodzaak van de vergroting is aangetoond door het college, mede op basis van een milieueffectrapportage.
Gezien deze overwegingen verklaarde de Afdeling het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het wijzigingsplan voor de uitbreiding van het agrarisch bedrijf wordt ongegrond verklaard.