ECLI:NL:RVS:2015:699
Raad van State
- Prejudicieel verzoek
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Verzoek om bestuursrechtelijke handhaving compensatieplicht luchtvaartmaatschappij
Appellante verzocht de staatssecretaris om handhavend op te treden tegen KLM wegens het niet betalen van compensatie voor een vluchtvertraging van 26 uur op 17 december 2009. De staatssecretaris wees dit verzoek af, waarna de rechtbank dit besluit bevestigde. Appellante ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat de staatssecretaris op grond van de Wet luchtvaart bevoegd is bestuurlijke sancties op te leggen bij overtreding van de Verordening (EG) nr. 261/2004, maar niet bevoegd is om in individuele gevallen handhavend op te treden tegen weigering tot compensatie. Dit recht dient via de civiele rechter te worden geëffectueerd, waarbij passagiers hun vordering bij de kantonrechter kunnen indienen.
De Afdeling benadrukt dat het bestuursrechtelijk handhavingsinstrumentarium niet geschikt is om individuele compensatiebetalingen af te dwingen, mede vanwege de taakverdeling tussen bestuurs- en civiele rechter en het risico op tegenstrijdige uitspraken. Daarom legt de Afdeling een prejudiciële vraag voor aan het Hof van Justitie over de uitleg van artikel 16 van Pro de Verordening inzake bestuursrechtelijke handhaving.
De behandeling van het hoger beroep wordt geschorst totdat het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan over deze prejudiciële vraag.
Uitkomst: De behandeling van het hoger beroep wordt geschorst in afwachting van een prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie over bestuursrechtelijke handhaving.