ECLI:NL:RVS:2015:691
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.C. van Sloten
- J.A. Hagen
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning aanleg Buitenring Parkstad Limburg wegens aantasting Natura 2000-gebieden
Het college van gedeputeerde staten van Limburg verleende op 1 juli 2013 een vergunning voor de aanleg en ingebruikname van het wegtracé van de Buitenring Parkstad Limburg (BPL), dat deels door de Natura 2000-gebieden Geleenbeekdal en Brunssummerheide loopt. Vereniging Natuurmonumenten en anderen stelden beroep in tegen dit besluit, stellende dat de vergunning in strijd is met de Natuurbeschermingswet 1998 omdat de natuurlijke kenmerken van de betrokken gebieden worden aangetast.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie en het arrest Briels. Na behandeling van de zaak op 18 december 2014 en het bestuderen van de passende beoordeling en aanvullende passende beoordeling concludeert de Afdeling dat uit de passende beoordeling onvoldoende zekerheid kon worden verkregen dat de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden niet worden aangetast door de stikstofdepositie ten gevolge van de BPL.
Vervolgens oordeelt de Afdeling dat de bezwaren over effecten op het vliegend hert niet aannemelijk zijn, mede vanwege maatregelen zoals een verdiept tracé en lichtbeperkende voorschriften. De Afdeling vernietigt het bestreden besluit omdat het in strijd is met artikel 19d, eerste lid, van de Nbw 1998, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de Vereniging Natuurmonumenten en anderen.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening voor de aanleg van de Buitenring Parkstad Limburg wordt vernietigd wegens onvoldoende zekerheid dat de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet worden aangetast.