ECLI:NL:RVS:2015:68
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering uitkering schadefonds geweldsmisdrijven wegens misdrijf buiten Nederland
De appellant verzocht om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven nadat zijn vader op 12 januari 2006 in Montenegro om het leven werd gebracht. De commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wees het verzoek af omdat het misdrijf niet in Nederland was gepleegd, wat een vereiste is volgens de Wet schadefonds geweldsmisdrijven (Wsg).
De appellant stelde dat de moord medeplegen vanuit Nederland was en dat dit recht gaf op een uitkering. Hij kon dit echter niet bewijzen omdat hem het strafdossier werd geweigerd. Hij betoogde dat de CSG het strafdossier had moeten opvragen en nader onderzoek had moeten doen. De rechtbank verwierp dit standpunt en stelde dat medeplegen vanuit Nederland het misdrijf niet tot een in Nederland gepleegd misdrijf maakt voor de toepassing van de Wsg.
De Raad van State bevestigt deze beoordeling en oordeelt dat de CSG niet verplicht was nader onderzoek te doen of het misdrijf medeplegen vanuit Nederland was gepleegd. Ook de hardheidsclausule van artikel 8 Wsg Pro werd niet van toepassing geacht omdat geen feiten of omstandigheden waren die dit rechtvaardigden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de uitkering bevestigd.