ECLI:NL:RVS:2015:675
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en matiging boete arbeid vreemdelingen wegens ontbreken tewerkstellingsvergunning
De minister legde de vennootschap een boete van €88.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. De rechtbank verklaarde het beroep van de vennootschap ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad oordeelt dat de boete met 25% moet worden gematigd vanwege een te lange periode tussen het verhoor van de wettelijk vertegenwoordiger en het insturen van het boeterapport. Tevens is vastgesteld dat de vennootschap onvoldoende inspanningen heeft verricht om te controleren of de vreemdelingen over de vereiste vergunningen beschikten. Het beroep van de vennootschap dat twee vreemdelingen ook de Duitse nationaliteit zouden hebben, wordt verworpen wegens gebrek aan bewijs.
Verder oordeelt de Raad dat de redelijke termijn van artikel 6 EVRM Pro correct is vastgesteld vanaf de boetekennisgeving en dat er geen sprake is van een eerdere aanvang van de termijn. De eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het besluit van 7 oktober 2013 wordt vernietigd en het besluit van 2 juli 2013 herroepen. De boete wordt vastgesteld op €66.000. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot €66.000 en het eerdere besluit wordt vernietigd.